UFKA - Universitaire Farmaceutische Kring Antwerpen

Members Login
Username 
 
Password 
    Remember Me  
Post Info TOPIC: Examenvragen Fysica II juni 2015


Member

Status: Offline
Posts: 6
Date:
Examenvragen Fysica II juni 2015
Permalink  
 


Oefeningen:
3 oefeningen, 1 over impedantie (eerst vervangingscondensator bepalen), 1 over diffractie en interferentie aan dubbele spleet en 1 over radioactiviteit

Theorie:30 meerkeuzevragen (-1/3 bij fout)

1. Bij de wet van Ampère: staat ψ voor
 - magnetische flux
 - elektrische flux
 - verandering van elektrische flux
 - potentiaal

2. Als een medium enkel anisotroop is:
 - hangt de snelheid af van de frequentie
 - ...
 - hangt de snelheid af van de voortplantingsrichting

3. Een lichtstraal valt in op een dunne olielaag (n=1.4) die op water ligt (n=1.3). De gereflecteerde straal ondergaat een fasesprong:
 - aan de bovenkant van de olielaag
 - aan de onderkant van de olielaag
 - geen fasesprong
 - zowel aan de onderkant als bovenkant

4. De verdraaiing van de polarisatierichting door een optisch actieve stof hangt af van:
 - de concentratie
 - de kleur van licht
 - de stereochemie van de stof
Welke zijn juist?

5. In een cyclotron hebben een deeltje op de buitenste straal en een deeltje op de binnenste straal gemeen:
 - dezelfde hoeksnelheid maar verschillende omtreksnelheid
 - dezelfde hoeksnelheid en dezelfde omtreksnelheid
 - verschillende hoeksnelheid maar dezelfde omtreksnelheid
 - verschillende hoeksnelheid maar verschillende omtreksnelheid

6. Een niet gepolariseerde straal valt in op exact de Brewsterhoek. Wat is juist:
 - de teruggekaatste straal is volledig gepolariseerd en de geabsorbeerde gedeeltelijk
 - de teruggekaatste en de geabsorbeerde straal zijn beide volledig gepolariseerd
 - de teruggekaatste straal is gedeeltelijk gepolariseerd en de geabsorbeerde volledig
 - de teruggekaatste straal is gedeeltelijk gepolariseerd en de geabsorbeerde ook

7. 2 geleiders, parallel met elkaar, stroom in tegengestelde zin, van de eerste geleider is de stroom 2 keer zo groot. Wat is juist:
 - de geleiders trekken elkaar aan en de kracht op de eerste geleider is dubbel zo groot
 - de geleiders stoten elkaar af en de kracht op de eerste geleider is dubbel zo groot
 - de geleiders trekken elkaar aan en de kracht op beide geleiders is gelijk
 - de geleiders stoten elkaar af en de kracht op beide geleiders is gelijk

8. Een optische actieve stof doet de polarisatierichting draaien met een bepaalde hoek, maar wat gebeurt er als je de optisch actieve stof zelf draait?
 - de polarisatierichting blijft dezelfde
 - de polarisatierichting draait mee in dezelfde richting dat de optisch actieve stof wordt gedraaid
 - de polarisatierichting draait mee in tegengestelde richting dan dat de optisch actieve stof wordt gedraaid
 - ...

9. Twee condensators staan in parallel:
 - de stroom loopt 90 graden achter op de spanning
 - de stroom loopt 90 graden voor op de spanning
 - de spanning loopt 180 graden achter op de stroom
 - de stroom en spanning zijn in fase

10. Een spoel en een weerstand staan in serie:
 - de stroom loopt 90 graden achter op de spanning
 - de stroom loopt 90 graden voor op de spanning
 - de spanning loopt 180 graden achter op de stroom
 - de stroom en spanning zijn in fase

11. Wanneer is fusie mogelijk:
 - als de som van de massa's voor groter is dan de massa na
 - als de som van de massa's voor kleiner is dan de massa na
 - ...

15. Over alfa en betastralen:
 - alfastralen hebben meer massa dan betastralen
 - alfastralen hebben meer totale lading dan betastralen
Wat is juist?

16. Een Hallsonde met metaal: naar waar gaan de vrije ladingsdragers
 - van + naar -
 - van - naar +
 - hangt af van het magnetisch veld
 - ...

17. Wat is juist over het pompsysteem van een laser:

18. Permanente magneet, wat is waar (meerdere mogelijkheden mogelijk:
 - als men de magneet in 2 breekt, is het ene brokstuk de noordpool en het andere de zuidpool
 - de veldlijnen zijn ononderbroken lijnen
 - het is gemaakt uit paramagnetisch materiaal

19. Als men een diamagnetisch voorwerp (vb een mens) in een solenoïde (MRI toestel) brengt, wat gebeurt er dan met het magnetisch veld als de stroom gelijk blijft?



__________________


Member

Status: Offline
Posts: 6
Date:
Permalink  
 

20. Twee platen met zalf tussen en de bovenste heeft een snelheid, wat kan er gezegd worden over de kracht om de snelheid te behouden?

21. Verschil tussen Grey en Bequerel

__________________


Member

Status: Offline
Posts: 6
Date:
Permalink  
 

22. De lichtsnelheid in een medium is 1,5.10^8 wat is dan de brekingsindex?
- 1,0
- 2,0
- 2,5
- 3,0

__________________


Member

Status: Offline
Posts: 6
Date:
Permalink  
 

23. Wat kan er gezegd worden over het debiet van een kronkelige buis (mag niet viskeus worden aangenomen) (continuiteitsvergelijking):
- debiet is overal gelijk
- debiet is groter als de diameter afneemt
- debiet is kleiner als de diameter afneemt
- ...



__________________


Member

Status: Offline
Posts: 6
Date:
Permalink  
 

24. Bij de schuine belichting van een condensorlens:
- 0de orde voor achtergrondbelichting
- hogere orde voor achtergrondbelichting
- 0de orde voor details
- hogere orde voor details



-- Edited by Ellen on Tuesday 9th of June 2015 07:13:42 AM

__________________


Member

Status: Offline
Posts: 6
Date:
Permalink  
 

25. Bij een donkerveldmicroscoop: wat is juist
- zonder preparaat is er gewoon een heldere achtergrond
- er kunnen kleinere objecten gedetecteerd worden dan bij een gewone microscoop
- ...

__________________


Member

Status: Offline
Posts: 11
Date:
Permalink  
 

Van de oefeningen:
1. L=20H C= (6microF in serie met 12microF) die twee staan in parallel met 6microF R=2000 ohm f=50Hz
Wat is impedantie?
Wat is verschil fasehoek
Welke L nodig voor resonantie bij 50Hz

2.Twee spleten:
afstand tussen spleten: 10micrometer
spleetbreedte: 2micrometer
Golflengte 1: 600nm
afstand van spleten tot scherm: 0.5m
De 4de ?max van golflengte 1 overlapt met de 3de ?max van golflengte 2.
Wat is golflengte 2?

Wat is de afstand tussen 0de orde max en 1ste orde min van golflengte 600nm?


3. a. In het begin = vervalt met 12000 deeltjes per minuut. 5.5 dagen later vervalt het met 50 deeltjes per seconde. Wat is de halfwaarde tijd?

b. X stralen tegengehouden door lood met afmetingen: m=300kg dichtheid=11360kg/m3 breedte= 2m hoogte=1m en u=365...? Wat is de % tegengehouden?

__________________
Page 1 of 1  sorted by
 
Quick Reply

Please log in to post quick replies.



Create your own FREE Forum
Report Abuse
Powered by ActiveBoard